22 mrt

  • By Redactie Toekomst en Talent
  • In Overig
  • Commentaar Off

door: Frank Molema | 21 maart 2019

Kent u de term ‘sportformateur’ al? In navolging van het landelijk sportakkoord moet deze persoon de betrokken partijen ‘verbinden’ in lokale sportakkoorden die binnenkort gesloten worden. André de Jeu, directeur van Vereniging Sport en Gemeenten: “We hebben mensen nodig die tot de kern van de vraag doordringen en kunnen blijven prikkelen.”

Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport maakte onlangs bekend dat de komende drie jaar 30 miljoen euro wordt geïnvesteerd om het nationale sportakkoord om te zetten in lokale sportakkoorden. Om dat proces te stimuleren krijgen gemeenten 15.000 euro als zij een zogeheten ‘sportformateur’ aanwijzen die lokale partijen gezamenlijk aan tafel kan krijgen en hen nader tot elkaar brengt. Welke partijen naast de gemeente nog meer aanschuiven, is afhankelijk van de lokale situatie. Onder meer zorgpartijen en sport- en welzijnsorganisaties kunnen een belangrijke rol spelen in het lokale sportakkoord.

Lokaal maatwerk
Volgens André de Jeu is lokaal maatwerk in de vorm van een sportakkoord voor bepaalde doelgroepen van essentieel belang. “Een sportformateur – ik noem het een procesbegeleider – is daarbij onmisbaar”, zegt hij. “Als je de partijen zo objectief mogelijk bij elkaar wil brengen, met wederzijds goedvinden, is een verbinder nodig. Dat weten we uit eerdere ervaringen. We doen het nu allemaal te geïsoleerd van elkaar.”

De Vereniging Sport en Gemeenten (VSG) is inmiddels begonnen met informatiebijeenkomsten over de ontwikkeling van lokale en regionale sportakkoorden. Deze bijeenkomsten, waarin wordt verteld wat VSG precies verwacht van gemeenten, zijn bedoeld voor gemeenteambtenaren die nauw betrokken zijn bij het proces. Er wordt onder meer aandacht besteed aan de rol van de sportformateur.

“Als het sportakkoord af is, kunnen ze dat vervolgens indienen voor uitvoeringsgeld. Daar is jaarlijks 10 miljoen euro voor beschikbaar”

Verbindingen laten beklijven
Gemeenten die geen sportformateur aanstellen, maken geen aanspraak op 15.000 euro. “Zo simpel is het”, zegt De Jeu. “Als het sportakkoord af is, kunnen ze dat vervolgens indienen voor uitvoeringsgeld. Daar is jaarlijks 10 miljoen euro voor beschikbaar, evenredig verdeeld op basis van het aantal inwoners per gemeente. Dat geld is bedoeld zodat die verbindingen kunnen beklijven.”

Dat bijvoorbeeld Amsterdam evenveel geld krijgt als een veel kleinere gemeente, roept vragen op. Is dat niet een beetje vreemd? Amsterdam heeft dan toch juist veel meer geld nodig? De Jeu: “Het kan zijn dat Amsterdam al veel verder is in bepaalde zaken en daarom juist minder geld nodig heeft. Of een kleiner dorp heeft meer geld nodig omdat er minder mogelijkheden zijn binnen het gemeentehuis. Bovendien mag je ‘stapelen’. In Flevoland bestaan zes gemeenten die het geld kunnen stapelen en de provincie heeft al toegezegd er een bedrag bij te leggen, zodat er één of twee fulltimers aangesteld kunnen worden. Dan gaat het rap. Het is overigens niet de bedoeling dat partijen door de komst van een sportformateur achterover leunen. Ik denk ook niet dat dat gebeurt. Als gemeenten het sportakkoord echt belangrijk vinden, komen ze er wel uit met de andere betrokken partijen.”

“De sportformateur moet een generiek persoon zijn die snapt waar we naartoe moeten, zonder te pushen”

Profiel sportformateur
VSG heeft op haar website een document geplaatst met het profiel van een sportformateur. Daarin staat beschreven waaraan de ‘verbinder’ moet voldoen. De Jeu vat dat als volgt samen: “Het moet een generiek persoon zijn die snapt waar we naartoe moeten, zonder te pushen. Op lokaal niveau moet je voorkomen dat een kind gevierendeeld wordt door een aantal sportaanbieders. Hoe voorkom je dat? Hoe ga je samenwerken en wat is daarvoor nodig? Wie kan hulp bieden? Dat zijn makkelijke vragen, maar moeilijke antwoorden. Er zijn mensen nodig die tot de kern van de vraag doordringen. Zij moeten blijven prikkelen.”

In het profiel staat onder meer dat de verbinder het lokale of regionale netwerk rondom sport moet vergroten en versterken. Mogelijk kan de formateur ook de verbinding leggen met het preventieakkoord, al houdt De Jeu een slag om de arm. “De uitrol van het preventieakkoord is nog niet helemaal klaar. Het is jammer dat we het niet tegelijkertijd kunnen doen, maar we weten wel welke bruikbare ingrediënten erin zitten en die geven we mee aan de formateur.”

Wachten op eerste lokale akkoord
Hoewel in Zeeland onlangs al grote stappen zijn gezet richting een Zeeuws sportakkoord, bestaan er momenteel nog geen lokale akkoorden. De verwachting is dat voor de zomer wordt bekendgemaakt welke gemeenten meedoen en 15.000 euro ontvangen. “Het ligt er een beetje aan waar de gemeente staat. Zijn ze bijvoorbeeld al bezig met de sportnota? De benodigde handtekeningen moeten voor half april bij ons binnen zijn, dan maken we in mei bekend wel gemeentes er meedoen.”

Voor meer informatie: profiel sportformateur en Overzicht van maatregelen voor gemeenten in Nationaal Sportakkoord