20 jul

  • By Redactie Toekomst en Talent
  • In Overig
  • Commentaar Off

In de Staatscourant van 20 juli 2018 is aangekondigd dat het Ministerie van VWS met ingang van 2019 jaarlijks een subsidiebudget beschikbaar van 87 miljoen euro voor sportorganisaties. Deze komen voor een subsidie in aanmerking op het moment dat zij gaan investeren in de accommodatie of werkzaamheden laten verrichten ten behoud van de accommodatie. Zowel sportverenigingen, sportstichtingen als BV’s zonder winstoogmerk kunnen een beroep doen op deze subsidiepot.

Subsidie moet sport betaalbaar houden

De Subsidieregeling stimulering bouw en onderhoud sportaccommodaties is een compensatie voor de aanpassing van het btw-Sportbesluit. De extra inkomsten die het Rijk hiermee verwacht binnen te krijgen, worden tegelijkertijd overgeheveld naar de uitgavenkant van de begroting. Hiervan gaat een bedrag van 87 miljoen euro in de subsidiepot voor sportorganisaties.

Niet-winst beogende instellingen, zoals sportstichtingen en onder voorwaarden ook BV’s, kunnen een beroep doen op deze subsidiepot. Nu het gelegenheid bieden tot sportbeoefening voor deze organisaties niet langer kwalificeert als een btw-belaste prestatie, kan ook de btw over investeringen niet meer in aftrek worden genomen. De 20% subsidie zorgt er in dat geval voor dat het financiële nadeel, als gevolg van het verdwijnen van die aftrekmogelijkheid, (grotendeels) wordt gecompenseerd. Investeren wordt op die manier niet ‘duurder’ zodat de eindgebruiker, de sporter, niet geconfronteerd hoeft te worden met een hogere bijdrage.

Sportverenigingen profiteren volop van de nieuwe regeling

“Sportverenigingen die zelf moeten investeren en niet, zoals stichtingen, de mogelijkheid hebben om btw te kunnen verrekenen, gaan het meest profiteren van deze nieuwe regeling”, aldus Dick Zeegers, directeur van SWS. “Voor deze clubs is er een direct voordeel van maar liefst 20% en dat, afhankelijk van de investeringen die worden gedaan, zelfs kan oplopen tot maximaal 35%.” En dat is een welkome aanvulling volgens Zeegers. “Ondanks dat ruim 90% van de sportorganisaties waar wij als SWS een borgstelling aan hebben verstrekt, nog altijd voldoende in staat is om aan haar financiële verplichtingen te voldoen, hebben we de financiële posities van deze club in de afgelopen jaren wel achteruit zien gaan. Dat heeft ook gevolgen voor de mate waarin de club in staat is om te sparen voor toekomstige investeringen. Op dit moment zien wij dat circa 50% van de investering bancair geleend moet worden. Wanneer clubs in mindere mate in staat zijn om zelf geld in te brengen bestaat de kans dat dit percentage in de toekomst toeneemt. Meer lenen betekent hogere financiële lasten, waarbij het maar de vraag is of de club dit kan ophoesten zonder aanvullende maatregelen zoals het verhogen van de contributie. De subsidie waar sportverenigingen nu een beroep kunnen doen is dan ook een welkome aanvulling die er voor kan zorgen dat clubs minder hoeven lenen.”

Tot slot laat Zeegers weten verheugd te zijn met het feit dat het behoud van kwalitatief hoogwaardige sportaccommodaties nu ook op de agenda van het Rijk staat. “In het verleden werd dit toch meer gezien als een gemeentelijke aangelegenheid. Eventuele subsidies waren dan ook vooral afkomstig van gemeenten en eventueel Provincies. Dat het Ministerie van VWS na eerst al de EDS-subsidieregeling nu weer een subsidieregeling introduceert, geeft volgens mij aan dat ook het Ministerie het belang van goede accommodaties op waarde weet te schatten.”