28 jun

  • By Redactie Toekomst en Talent
  • In Overig
  • Commentaar Off

door: Thomas van Zijl | 28 juni 2018

De ambities van het nieuwe Amsterdamse college liegen er niet om. De komende vier jaar moeten er jaarlijks 7500 woningen worden bijgebouwd in de hoofdstad. Kwaliteit van de huizen is uiteraard belangrijk, maar de omgeving telt misschien wel net zo zwaar mee. Er moet genoeg ruimte overblijven om te bewegen, te sporten en te spelen. De gemeente zet daar vol op in via het programma De Bewegende Stad.

“Ruimte is, zeker in een stad die steeds verder verdicht, iets om te koesteren”, zegt oud-olympisch roeier en tegenwoordig senior beleidsadviseur Sport van de gemeente Amsterdam Nelleke Penninx. De vraag waar zij zich met haar collega’s over buigt is hoe die steeds drukkere en vollere stad zo slim mogelijk in te richten is. 

Spelletjes op het loopdek
Die slimme inrichting moet er bovenal toe leiden dat inwoners – bijna zonder dat ze er erg in hebben – meer gaan bewegen. Soms is een kleine wijziging van een bestaand ontwerp voldoende om dat te realiseren. In Amsterdam-Zuidoost werd het loopdek van een parkeergarage bijvoorbeeld zo aangepast dat er nu spelletjes gespeeld kunnen worden. Penninx: “De grootste uitdaging is niet om mensen die al genoeg bewegen nog meer te laten bewegen, maar juist mensen die dat nog onvoldoende doen tot meer beweging te verleiden.”

Om dat voor elkaar te krijgen gaat de gemeente uit van zogenoemde beweeglogica. Die legt de relatie bloot tussen de inrichting van de stad en de bewuste dan wel onbewuste keuze van mensen om actief te bewegen. Concrete uitgangspunten zijn dat Amsterdam ruim baan biedt voor fietsers en voetgangers, dat sport in principe om de hoek is, de stad zoveel mogelijk een speeltuin is en er in Amsterdam niet wordt stilgezeten. “We kunnen niemand verplichten om te sporten. Sterker nog, dat willen we niet eens, maar uitnodigen om te bewegen is een goed streven.” 

“Sport en bewegen staan niet altijd bovenaan het prioriteitenlijstje, maar ik zie wel dat steeds meer mensen het belangrijk vinden. Het komt langzaam maar zeker tussen de oren”

Prominente trap
Vanzelfsprekend heeft de gemeente veel te zeggen over de openbare ruimte, maar ook achter de voordeur van onder andere kantoren hoopt De Bewegende Stad op invloed. In een aantal panden van de gemeente zelf wordt traplopen gestimuleerd door de route naar de trap te markeren en de trap zelf wat prominenter te maken.

Penninx geeft daarmee aan dat Amsterdammers niet collectief lid hoeven te worden van sportverenigingen om aan voldoende beweging te komen. Hardlooproutes in parken en schoolpleinen die ook na schooltijd toegankelijk zijn, kunnen al veel doen. Zeker nieuwe wijken in de stad zoals IJburg en Zeeburgereiland zijn relatief eenvoudig zó in te richten dat bewegen aanlokkelijker is dan stilzitten. Ideeën daarvoor zijn terug te vinden in de inspiratieboeken waar de afgelopen tijd aan gewerkt is. “Niet alles zal mogelijk zijn. Ruimte is kostbaar, daar moeten we zorgvuldig mee omgaan. Sport en bewegen staan niet altijd bovenaan het prioriteitenlijstje, maar ik zie wel dat steeds meer mensen het belangrijk vinden. Het komt langzaam maar zeker tussen de oren.”

Op het moment dat de gebiedsplannen en –agenda’s door de stadsdelen worden opgesteld is het zaak om met mensen uit de buurt in gesprek te gaan

Geen budget
Draagvlak en enthousiasme, dat is ook waar De Bewegende Stad het voornamelijk van moet hebben, want budget om zelf te investeren is er niet. Het werk van Penninx en haar collega’s bestaat eruit om anderen – ook binnen de gemeente – warm te laten lopen voor hun ideeën en te laten zien wat kleine aanpassingen in de inrichting van de stad voor positieve gevolgen kunnen hebben. 

“Natuurlijk is het wel eens jammer dat wij zelf geen geld te besteden hebben, maar wie op het juiste ogenblik met de juiste mensen om tafel zit, komt met een goed verhaal een heel eind.” Op het moment dat de gebiedsplannen en –agenda’s door de stadsdelen worden opgesteld is het zaak om met mensen uit de buurt in gesprek te gaan. Die weten wat er leeft, waar behoefte aan is en of er op bestuurlijk niveau wellicht nog budget is om voorstellen uit te werken. “Het is om die reden lastig om harde concrete doelstellingen af te spreken, want de ene keer lukt het wel en de andere keer niet. Wij zien in ieder geval in de praktijk voorbeelden die aantonen dat de stad in beweging komt en dat geeft veel energie om door te gaan.”

Bron: sportknowhowxl.