31 mei

  • By Redactie Toekomst en Talent
  • In Overig
  • Commentaar Off

door: Thomas van Zijl | 31 mei 2018

Talentherkenning en –ontwikkeling is geen trucje of concept dat te pas en te onpas van stal gehaald kan worden. NOC*NSF kijkt liever verder. De sportkoepel bundelde kennis uit binnen- en buitenland en kwam tot zeven principes, waar iedereen die met jongeren werkt van kan profiteren. Deze cruciale bouwstenen vormen de basis voor een goed opleidingsprogramma én het nieuwe boek 'De weg naar het podium'. 

Die weg is eerder grillig dan geëffend en voor iedereen anders. Prestatiemanager Talentontwikkeling Kayan Bool van NOC*NSF stelde desondanks een aantal voorwaarden vast waar een goed opleidingsprogramma aan moet voldoen. In zijn achterhoofd hield hij voortdurend de kern waar het bij talentontwikkeling- en herkenning uiteindelijk om draait.

“Wie is talentvol en hoe vind ik die talentvolle sporters? En hoe halen we daar vervolgens het maximale uit”, stelt Bool de twee kernvragen. Nederland is op het gebied van talentontwikkeling- en herkenning zeker geen achterblijver, maar met de publicatie hoopt NOC*NSF een nieuwe impuls te geven aan opleidingsprogramma’s en het vak van talentcoach. “Er is zowel nationaal als internationaal veel gezegd en geschreven over dit onderwerp. Door die kennis gestructureerd aan te bieden en zin van onzin te scheiden hopen we dat technisch directeuren en coaches er hun voordeel mee doen.” 

Weten wat je doet
NOC*NSF onderscheidt zeven factoren die van belang zijn om het herkennen en ontwikkelen van talentvolle sporters te optimaliseren. "Op de eerste plaats horen bonden te weten wat qua omvang en kwaliteit een goed opleidingsprogramma is. Daarbij helpt het om internationaal te vergelijken, te benchmarken. Kortom: weet wat je doet en waarom, ook ten opzichte van anderen." 

“Sporters krijgen vroeg of laat in hun carrière te maken met tegenslag. Zorg dat ze daar op voorbereid zijn en ermee om kunnen gaan”

Op plek twee plaatsen Bool en NOC*NSF de rol van de talentcoach, die mag niet onderschat worden. Bool: “Het is een vak apart, met specifieke eigen competenties. Nu zien mensen de functie nog te vaak als een opstapje naar het coachen van senioren. Dat zou moeten veranderen. Het is aan bonden om talentcoaches de eer en het toekomstperspectief te geven dat hun toekomt.” 

Weerbaarheid bij tegenslag
Het derde principe draait om effectief leren. Een standaardmethode bestaat niet. Wat voor de één werkt, heeft op de ander een averechts effect. Binnen opleidingsprogramma’s moet ruimte zijn voor variatie en moeten talentcoaches in staat zijn verschillende methodieken toe te passen. Op de vierde plaats vraagt NOC*NSF in de publicatie aandacht voor weerbaarheid. “Sporters krijgen vroeg of laat in hun carrière te maken met tegenslag. Zorg dat ze daar op voorbereid zijn en ermee om kunnen gaan. Het uitrollen van de rode loper is niet altijd de beste optie.” 

Ten vijfde is het van belang dat bonden weten wie en wat ze zoeken. Om daar een beter beeld van te krijgen, is het cruciaal de route te kennen die huidige wereldtoppers hebben afgelegd. “Wat deed sprinter Usain Bolt acht jaar voordat hij het podium bereikte? Hoe was zijn ontwikkeling? Zien we hier iemand die ongeveer hetzelfde patroon volgt en wat kunnen we op basis daarvan zeggen over de toekomst?”

Talenten in de pijplijn
Een zesde factor van betekenis is de proactieve zoektocht van coaches naar talentvolle sporters. Die komen niet zomaar aanwaaien, dus wees niet afwachtend, lezen we in De weg naar het podium. Technisch directeuren en talentcoaches moeten er derhalve voor zorgen dat er ieder jaar weer voldoende talentvolle sporters in de pijplijn zitten die in de toekomst het mondiale seniorenpodium kunnen bereiken. 

De zevende factor is het voorkomen van uitval. Volgens de sportkoepel zou het zonde zijn als er nodeloos mensen afvallen vanwege blessures, door een te moeilijke combinatie met school of de lange reistijd naar trainingen en wedstrijden. Dat zijn zaken waar bonden invloed op kunnen hebben. “Uitval is overigens wezenlijk anders dan uitstroom”, zegt Bool. “Mensen die bij nader inzien niet over voldoende potentie beschikken, vallen af. Zo hoort het te gaan. Daar kan een aantal bonden zelfs nog wel wat kritischer in worden.” 

Er is op dit moment geen enkele bond die op alle fronten al uitstekend presteert

Concurrentie neemt toe
Voor die bonden zullen de hierboven beschreven principes niet volkomen nieuw zijn, maar er is op dit moment ook geen enkele bond die op alle fronten al uitstekend presteert. “Het is moeilijk om een algemeen beeld te schetsen, bonden hebben zo hun eigen specialiteiten en mindere kanten. We merken dat deze publicatie een startpunt is om in gesprek te gaan en van elkaar te leren.” 

De 10 miljoen euro die het kabinet per jaar extra investeert in topsport biedt daarnaast de mogelijkheid om een betere invulling te geven aan de verschillende principes. Of die extra inspanningen direct leiden tot meer medailles op grote toernooien durft Bool niet te voorspellen. “Landen om ons heen zitten ook niet stil. Op internationaal vlak neemt de concurrentie alleen maar toe. Uiteraard proberen we door continu te verbeteren wel in meer sporten meer successen te boeken.”

Voor meer informatie: De weg naar het podium

Bron: Sportknowhowxl