06 apr

  • By Redactie Toekomst en Talent
  • In Overig
  • Commentaar Off
Contributies bij sportclubs. Het blijft een heet hangijzer, zo bleek onlangs ook weer in het nieuws. Is het mogelijk om uiteindelijk te zorgen voor een contributieloze sportvereniging?

“Twintig procent van de sportverenigingen had vorig jaar te maken met een negatief saldo en ruim veertig procent heeft het afgelopen jaar ingeteerd op de reserves (Van Kalmthout&Van der Werf, 2015). Voor veel sportverenigingen is het daardoor noodzakelijk de contributie te verhogen”(Schoemaker, Liebrand en ter Welle, Hogeschool van Arnhem en Nijmegen, 2016).

In 2013 was de sportvereniging Zuidoost United groot nieuws:

“Voetbalvereniging Zuidoost United heeft een betalingsachterstand van 100.000 euro bij het stadsdeel. (…). De bottleneck is nu achteraf bezien het innen van contributies waardoor de schulden te groot zijn geworden. ‘Bij deze club is het kennelijk niet gebruikelijk dat mensen betalen. Er zijn natuurlijk leden voor wie het lastig is om de contributie op te brengen, maar de gemeente Amsterdam kent een goede regeling voor de minima’. Overigens hebben we dat al gedaan door een verenigingsondersteuner, een combinatiefunctionaris voor het sportieve deel en een ervaren penningmeester toe te voegen. De kwartiermaker moet nu met zwaardere maatregelen komen.” (Echo Amsterdam, 23-6-2013).

Meer recent kennen we allemaal nog de problemen met de sportvereniging, die haar leden vroeg loten te verkopen in ruil voor een deel van de contributie voor de jeugdleden.

“Het is al jaren ons beleid, Wij vragen slechts 125 euro contributie aan onze leden. Maar daardoor komen we structureel geld tekort. In een ledenvergadering hebben we besloten dat onze leden dat geld kunnen verdienen door iets te betekenen voor de club. Ons eerste elftal heeft bijvoorbeeld een bonte avond georganiseerd. Voor de jeugd vanaf 10 jaar geldt dat ze loten moeten verkopen. De opbrengst daarvan moet het gat in de begroting dichten. Vier jeugdspelers konden helaas niet aan die opdracht voldoen.” (Metro, 15 februari 2017).

Structureel probleem
Deze voorbeelden geven aan dat er een groot en structureel probleem is. Maar het geeft ook iets anders aan, namelijk dat verenigingen doorlopend op de knop ‘contributie’ drukken als het om geld gaat. In veel gevallen zal dat goed gaan, maar vaak ook niet. Zeker niet in die situaties waarbij de leden niet bereid of niet in staat zijn om contributie te betalen.

De vereniging wordt geconfronteerd met betalingsproblemen van leden en zoekt daar een oplossing bij. Maar die oplossing zit niet in het invliegen van een ‘gespecialiseerde penningmeester’ (één van de acties in Zuidoost) of het aan het werk zetten van kinderen, omdat hun ouders niet kunnen (of willen) betalen. Hoe goed bedoeld de oplossingen ook mogen zijn, ze vragen de vereniging een probleem op te lossen, waar ze helemaal geen ‘probleemeigenaar’ van zijn. Sportverenigingen zijn geen schuldhulpverleners, geen incassobureau, geen maatschappelijk werkers. Nee, sportverenigingen moeten zich primair bezig houden met het organiseren van de sport.

Het feit dat de ouders van jeugdleden geen contributie wensen te betalen (en ook geen zin hebben daarvoor bij hun gemeente aan te kloppen) is niet op te lossen door een sportvereniging. Daar zit vaak meer achter. Schuldhulpverlening, psycho-sociale problematiek, groepscultuur en gedrag. Daar heb je andere mensen en deskundigen voor nodig; dat los je niet op als vrijwillig sportbestuurder.

Er is natuurlijk ook nog wel een verschil tussen volwassenen, die een eigen inkomen hebben, en jongeren, die dat niet hebben.

Volwassenen die lid zijn kun je aanspreken op hun gedrag. En als ze niet kunnen betalen – bijvoorbeeld omdat ze weinig geld hebben – dan hebben de meeste gemeenten daar een oplossing voor. Bij jongeren ligt dat wat anders: die hebben geen eigen inkomen, kunnen niet naar de gemeente, en zijn dus afhankelijk van hun ouders. Maar ja, daar ben je mooi klaar mee als je ouders niet kunnen of willen betalen.